Heb je een andere moedertaal dan het Nederlands en heb je minder dan zes jaar onderwijs in Nederland gevolgd, dan mag je bij alle examens een digitaal woordenboek gebruiken (moedertaal/thuistaal - Nederlands en/of Nederlands). Bij de examens moderne vreemde talen mag je, net als alle kandidaten, behalve het woordenboek Nederlands - doeltaal ook het woordenboek thuistaal - doeltaal gebruiken. Ook heb je recht op 30 minuten extra examentijd.